Gelakte waaiers nemen een bijzondere plaats in binnen de Aziatische cultuur. Ze werden al in de vroeger tijden gebruikt door zowel mannen als vrouwen en bestonden in uiteenlopende vormen, afhankelijk van functie en decoratie. Behalve hun praktisch nut hadden deze waaiers ook een ceremoniële betekenis en waren dragers van status, symboliek en esthetiek.
In praktische zin dienden waaiers uiteraard voor verkoeling en bescherming tegen zon en insecten, maar gelakte waaiers waren nooit slechts een hulpmiddel tegen deze ongemakken. Wanneer een waaier met lak werd afgewerkt, een arbeidsintensief proces met hars van de lakboom, kreeg het een extra dimensie van luxe en duurzaamheid. Op die manier functioneerde zo’n waaier ook als kunstobject en teken van beschaving.
Gelakte waaiers behoorden daarom tot de wereld van het hof, de stedelijke elite en literaire kringen; al millennia lang een symbool voor verfijning en elitecultuur. Ze verschenen in hofrituelen, dansvoorstellingen en sociale ontmoetingen, en fungeerden als verfijnde accessoires binnen etiquette en lichaamstaal. Tegelijkertijd vormden ze een klein draagbaar kunstwerk. Laktechnieken maakten rijke decoraties mogelijk en de waaiers werden vervaardigd uit kostbare materialen, waaronder geurige houtsoorten, bladeren van de Livistona chinensis-palm, bamboe, ivoor, schildpad en metaal dat was versierd met filigraan en cloisonné, evenals zijde en vogelveren. Op veel waaiers verschenen landschappen, bloemen en vogels, mythologische scènes of poëtische inscripties. Zo werd de waaier een verlengstuk van de persoonlijkheid van de drager.
Het gebruik van waaiers kende ook een duidelijke genderdimensie. Voor vrouwen had de waaier vaak een semi-intieme sociale functie. Hij kon het gezicht gedeeltelijk verhullen en zo bescheidenheid uitdrukken, maar tegelijk diende hij als instrument van subtiele communicatie, een spel van verbergen en onthullen. De motieven op vrouwenwaaiers bestonden uit symbolen van schoonheid, romantiek, zuiverheid en elegantie.
Voor mannen, vooral geleerden en ambtenaren, had de waaier een andere connotatie. Hij werd een attribuut van intellect en zelfbeheersing. Veel waaiers droegen kalligrafie of schilderingen die de culturele verfijning van de eigenaar weerspiegelden. In literati-kunst (een traditionele kunstvorm gecreëerd door hoogopgeleide geleerden en edellieden) verschijnt de geleerde met een waaier als ideaalbeeld van de beschaafde, moreel beheerste heer.
Hoewel het object over het algemeen een teken is van verfijning, zelfdiscipline en sociale status, zijn er nuanceverschillen per land: waar Chinese waaiers vaak rijk en narratief zijn, benadrukken Japanse waaiers asymmetrie, seizoenssymboliek en subtiele leegte.
Of het nu in het hof, de salon of elders was, de waaier verbeeldde het ideaal dat ware macht voortkomt uit kalmte, elegantie en inzicht. Zo weerspiegelen gelakte waaiers de kern van de Aziatische esthetische wereld: het samenvallen van nut en schoonheid, lichaam en geest, kunst en sociale betekenis. In een klein object komt een hele cultuur
samen, een cultuur waarin zelfs een lichte beweging van de hand geladen kan zijn met symboliek.