In de China-vitrine van het Missiemuseum hangt een zogenoemd eretapijt. Volgens de brief van missionaris Volpert, die op de vitrine is aangebracht, heeft hij dit tapijt verkregen in 1901 in de plaats Yanggu. De plaats en het jaar van verwerving deed ons vermoeden dat het hier om roofkunst zou kunnen gaan. Yanggu ligt in het zuiden van de provincie Shandong, waar de SVD, de missieorde van Steyl, sinds 1879 actief was. Tussen 1899 en 1901 raasde de Boxer-opstand over dit gebied, waarbij alom gemoord en geplunderd werd. Volpert was gevlucht en keerde in 1901 terug. Hij schrijft dat het tapijt was gemaakt ter ere van de 19e eeuwse legerleider en bestuurder Tianjue Zhou, een ook nu nog bekende historische figuur in China. Het kwam voor dat zo’n tapijt na het overlijden meegegeven werd in het graf. Zou Zhou’s graf zijn opengebroken en geplunderd? En zou het tapijt vervolgens aan de missionaris te koop zijn aangeboden? Alle reden om een herkomstonderzoek te beginnen, eerst in de archieven en door bestudering van het tapijt zelf. Door het tapijt met strijklicht aan te lichten, vonden we teksten in (vervaagde) Chinese karakters. Vervolgens deden we onderzoek in China, in Zuid-Shandong. We spraken de biograaf van Tianjue Zhou ,deskundigen op het gebied van de geschiedenis van de SVD in de regio en textiel-deskundigen van het museum van de provincie Shandong. Dit leverde verrassende uitkomsten op. Het eindrapport met alle conclusies verschijnt binnenkort. Houd deze website in de gaten.