Oorspronkelijk zwerft deze diersoort in droge gebieden als de Namib-woestijn in Zuid-Afrika, maar ook in Missiemuseum Steyl is een exemplaar te vinden. Tussen de imposante dieren in de centrale diergroep van het Missiemuseum bevindt zich de Passan, tegenwoordig beter bekend als de 𝐺𝑒𝑚𝑠𝑏𝑜𝑘 of Oryx gazella. De naam Passan is een verouderde Europese benaming, die in Nederlandse en Duitse natuurhistorische werken en museumcollecties werd gebruikt voordat de moderne taxonomie zich had gestabiliseerd. Hoewel verschillende soorten en subsoorten in de literatuur wel eens met elkaar werden verward (zoals de Sabelantilope met de Oryx beisa en de Oryx gazella), zijn het gedrag en karakter van de Passan nauwgezet beschreven, zoals in 𝐵𝑟𝑒ℎ𝑚𝑠 𝑇𝑖𝑒𝑟𝑙𝑒𝑏𝑒𝑛: 𝑎𝑙𝑙𝑔𝑒𝑚𝑒𝑖𝑛𝑒 𝐾𝑢𝑛𝑑𝑒 𝑑𝑒𝑟 𝑇𝑖𝑒𝑟𝑟𝑒𝑐ℎ𝑠 (1890):
“De oryxen zijn schuw. Hun tred is licht, hun draf hard, hun galop snel, maar langdurend en gelijkmatig voortgaand; toch kan een bereden jager, die zijn paard spaart, hen onder gunstige omstandigheden zonder een schot te lossen zo lang achtervolgen, totdat het vervolgde dier eindelijk geheel uitgeput blijft staan. Met andere antilopen schijnt men de sabelantilope vaak in vreedzame eensgezindheid te zien samenleven. De sabelantilope kan, zoals ik zelf heb waargenomen, in nood de ondiepe graven van een soortgelijk zoogdier, dat andere dieren in nood dikwijls mishandelen, verdedigen. Men moet de sabelantilope überhaupt niet onderschatten, hoe schuw zij ook moge zijn, want zij bezit geenszins de weerloosheid van andere antilopen, maar eerder iets van de woestheid van de stier. Tegen de aanstormende hond weten zij zich met succes te verdedigen, doordat zij het hoofd vooroverbuigen en in snelle bewegingen met zo grote kracht toeslaan dat zij hun vijand met de gehele lengte van hun hoorns treffen, wanneer deze niet tijdig uitwijkt.
Lichtzinnig verteld wordt dat een van de begeleiders van de trip het lichaam van een luipaard en een oryx naast elkaar aantrof. De oryx had zijn gevaarlijke vijand met een hoornstoot gedood, maar was zelf aan de eerder ontvangen wonden bezweken. Het is dus niet onmogelijk dat ook een leeuw een gelijk lot zou kunnen ondergaan. (…) Geen andere antilope verleent een prachtiger aanblik dan de vluchtende oryxkudde.”
De Passan werd bekend in Europa in een tijd van intensieve koloniale expansie. Missionarissen, militairen en wetenschappelijke expedities trokken door Afrika en verzamelden alles wat zij als waardevol of betekenisvol beschouwden: culturele objecten, planten en dieren. Missionarissen, van de Congregatie van het Goddelijk Woord (SVD), uit Steyl waren daarvan geen uitzondering. Dieren als de Passan kwamen zo terecht in musea, vaak via jacht en koloniale transportnetwerken.
Ondanks het verlies van leefruimte en haar vroegere waarde als trofeedier floreert 𝑂𝑟𝑦𝑥 𝑔𝑎𝑧𝑒𝑙𝑙𝑎 tegenwoordig vooral in beschermde gebieden.
J. L. Brehm, Brehms Tierleben Glasnegatief collectie
Missiemuseum
